Feedback aan behandelaars op basis van voorspelling behandelvoortgang
Voorspellen van behandeluitkomsten en het geven van feedback aan behandelaars
Algemeen
Intern geïnitieerd multicenter onderzoeksproject; in het kader van een promotie
Divisie: Kortdurende psychiatrie
Startjaar: 2006
Looptijd: tot medio 2013
Onderzoeker: Kim de Jong
Overige leden onderzoeksproject:
Dr. M.A. Nugter, copromotor
Prof. Dr. Ph. Spinhoven, Universiteit van Leiden, promotor
Prof. Dr. W. Heiser, Universiteit van Leiden, promotor
Instellingen die betrokken zijn:
* GGZ Noord-Holland-Noord, PsyQ (fase 1), GGZ Dijk en Duin (fase 1 en 2), Dimence, 'tCentrum (fase 3)
Inhoud
Een multicenter onderzoek naar uitkomsten en het behandelverloop bij kortdurende ambulante behandelingen. Het onderzoek is ingedeeld in drie fases. In de eerste fase werden gegevens verzameld over het behandelverloop bij ambulante niet-psychotische ggz-cliënten. Er werd alleen tijdens het eerste jaar van de behandeling gemeten. Cliënten werden gevraagd om op regelmatige basis een Outcome Questionnaire (OQ-45; De Jong e.a., 2007, 2008)* in te vullen om het behandelverloop in kaart te brengen. Op basis van deze gegevens is een voorspellingsmodel ontwikkeld (de Jong e.a., ingediend). In de tweede fase werd onderzocht of het geven van feedback aan behandelaars over het behandelverloop (nog zonder voorspellingsmodel) van invloed was op de uitkomsten van de behandeling. Daarnaast werd onderzocht wat de attitude van behandelaars was ten aanzien van de feedback en of deze attitude van invloed was op de uitkomsten van de behandeling. In de derde fase, waarvan de inclusie loopt tot eind 2011, worden twee vormen van feedback vergeleken met een controlegroep. In de eenvoudige feedback wordt de behandelvoortgang teruggekoppeld aan de behandelaar. Dit lijkt op Routine Outcome Monitoring (ROM), alleen wordt er veel vaker gemeten. In de complexe feedback wordt gewerkt met het voorspellingsmodel en krijgt de behandelaar een signaal wanneer de cliënt niet voldoende goed vooruitgaat in de behandeling. Er worden dan ook clinical support tools ingezet: er wordt gemeten op welke gebieden er problemen zijn in de behandeling en de behandelaar krijgt op basis daarvan suggesties van wat hij/zij kan verbeteren in de therapie.

