Posttraumatische stress-stoornis

Wat is het?

Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis en kan komen na een oorlogservaring, een natuurramp, een vliegtuigongeluk, een terroristische aanslag, aanranding, verkrachting, beroving met geweld, of door het zien van mensen die ernstig gewond zijn of gedood.
Tijdens de schokkende gebeurtenis of het trauma verliezen mensen bijna helemaal de controle. Ze raken de greep op hun dagelijkse leven kwijt, en voelen zich vaak machteloos.
Verder raakt hun leven enorm ontwricht. Ze raken het vertrouwen in zichzelf en andere mensen kwijt, de zekerheid van het bestaan en het idee van de eigen onkwetsbaarheid.

Zo'n schokkende gebeurtenis kan het geestelijk en lichamelijk evenwicht ernstig verstoren. Geest en lijf blijven als het ware rekening houden met gevaar dat er niet meer is: de angst blijft de hele tijd bestaan. Chronische stress, extra grote waakzaamheid, en allerlei lichamelijke klachten zijn vaak het gevolg. Dit hindert mensen met PTSS op veel manieren in hun dagelijks leven.

Er is een belangrijk verschil met andere psychische stoornissen. Ook daar spelen negatieve levensgebeurtenissen vaak een rol, maar een PTSS gaat altijd direct terug op een trauma. De PTSS verschilt ook van andere stoornissen omdat mensen niet het trauma zelf, maar de herinnering aan het trauma uit de weg wil gaan.

Angststoornissen
Naast de posttraumatische stress-stoornis zijn er nog andere angststoornissen: paniekstoornis (met en zonder agorafobie), specifieke of enkelvoudige fobie, sociale fobie, obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis, gegeneraliseerde angststoornis, en hypochondrie.

Hoe vaak komt posttraumatische stress-stoornis voor?
In Nederland is de PTSS nooit apart gemeten. In het buitenland variëren de cijfers van een paar procent tot 8% voor volwassenen die de stoornis in hun leven hebben gehad. In het afgelopen jaar hebben 1,3 tot 4% volwassenen de stoornis gehad.

Gaat het over?
Mensen krijgen PTSS vaak al op jongere leeftijd, vooral als ze vrouw zijn. Relatief veel jongvolwassenen hebben deze stoornis. PTSS is vaak chronisch, en het kan heel lang doorwerken. Van de mensen die bijvoorbeeld een PTSS kregen door de Tweede Wereldoorlog heeft 15 tot 25% na 50 jaar nog steeds een PTSS.
Het kan zijn dat mensen voorgoed veranderen door de schokkende gebeurtenis, bijvoorbeeld door oorlogservaringen of verblijf in een concentratiekamp. Ze raken langdurig depressief, voelen zich verlaten, kunnen niet meer echt genieten, of zich verdiepen in interesses of in andere mensen. Ze kunnen andere mensen ook minder vertrouwen dan daarvoor. Ze voelen zich gauw bedreigd en trekken zich snel terug.

Verschijnselen

Mensen hebben een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) als ze de volgende verschijnselen hebben.

  • Ze hebben een gebeurtenis meegemaakt met een dreigende of daadwerkelijke dood of ernstige verwonding. Zij, en eventueel andere betrokken, reageren met grote angst, hulpeloosheid of afschuw.
  • Ze beleven deze traumatische gebeurtenis de hele tijd opnieuw op minstens één van de volgende manieren:
    • Ze krijgen terugkerende en onaangename herinneringen aan de gebeurtenis. Het zijn herinneringen die ze niet uit de weg kunnen gaan.
    • Ze dromen steeds weer akelig over de gebeurtenis.
    • Ze doen dingen of ze voelen zich alsof de gebeurtenis weer gebeurt.
    • Ze lijden psychisch intens als ze iets zien of horen dat hen herinnert aan de traumatische gebeurtenis.
    • Ze krijgen lichamelijke reacties als ze iets zien of horen dat hen herinnert aan de traumatische gebeurtenis.

  • Ze gaan dingen uit de weg die bij het trauma horen, of ze laten afgestompte reacties zien. Dan herkennen ze zich in minstens drie van de volgende gevallen:
    • Ze willen gedachten, gevoelens en gesprekken uit de weg gaan die horen bij het trauma.
    • Ze willen activiteiten, plaatsen en mensen uit de weg gaan die hen herinneren aan het trauma.
    • Ze kunnen zich een belangrijk stuk van het trauma niet meer herinneren.
    • Ze hebben duidelijk minder zin om dingen te doen, en hebben er geen belangstelling voor.
    • Ze hebben het gevoel niet meer bij anderen te horen.
    • Ze praten nauwelijks over hun gevoelens.
    • Ze hebben het gevoel een beperkte toekomst te hebben.

  • Ze zijn prikkelbaarder geworden na de traumatische gebeurtenis. Dan herkennen ze zich in minstens twee van de volgende gevallen:
    • Ze hebben moeite met inslapen of doorslapen.
    • Ze zijn prikkelbaar, barsten af en toe in woede uit.
    • Ze kunnen zich moeilijk concentreren.
    • Ze zijn overdreven waakzaam.
    • Ze zijn schrikachtiger.

  • Ze hebben langer dan één maand last van bovenstaande verschijnselen.
  • Ze lijden behoorlijk door de PTSS, en kunnen sociale dingen, het werk of andere belangrijke dingen niet meer goed doen.

 

Oorzaken

Over oorzaken van posttraumatische stress-stoornis (PTSS) valt nog weinig te zeggen, behalve dan dat het komt door het meemaken van een traumatische gebeurtenis. Maar lang niet iedereen krijgt na een trauma PTSS: 8% van de mannen en 20% van de vrouwen. Wel zijn extra risico's bekend om PTSS te krijgen na zo'n gebeurtenis.
Daarnaast blijkt dat sommige mensen sowieso meer risico lopen om een traumatische gebeurtenis mee te maken. Alleen al daarom hebben ze meer kans om PTSS te krijgen.
De extra risico's hebben te maken met geslacht en leeftijd, met individuele kwetsbaarheid, met de omgeving, en met levensgebeurtenissen, en het meemaken van een traumatische gebeurtenis op zich.

Geslacht en leeftijd

  • Vrouwen hebben 2 keer zo vaak PTSS als mannen. In de leeftijd tot 15 jaar is het verschil nog groter. Let op: vrouwen hebben niet meer kans om een trauma mee te maken, maar wel om daarna PTTS te krijgen.
  • Van de volwassenen tot 65 jaar hebben de jongvolwassenen even vaak PTSS als de oudere volwassen.

 

Individuele kwetsbaarheid
De gevoeligheid voor PTSS lijkt voor een deel erfelijk te zijn. De volgende mensen krijgen PTSS vaker:

  • Mensen met een lagere opleiding of een lager inkomen, en komend uit een armoedig gezin.
  • Mensen die kwetsbaar, angstig en emotioneel in het leven staan.
  • Mensen die al een angststoornis of een andere psychische stoornis hebben, vooral een sociale fobie of een specifieke fobie.
  • Mensen met gedragsproblemen op jeugdige leeftijd.

 

Omgeving
De volgende mensen hebben beduidend vaker PTSS.

  • Mensen die in hun werk te maken hebben met trauma's: brandweerlieden, politie-agenten, hulpverleners bij rampen.
  • Vluchtelingen. Zij zijn immers vaak weggegaan uit hun land vanwege traumatische gebeurtenissen.
  • Gescheiden mensen en mensen die hun partner hebben verloren.
  • Mensen die minder sociale steun hebben in hun omgeving.
  • Mensen in de stad.

 

Levensgebeurtenissen
Uiteraard heeft iemand met PTSS een traumatische gebeurtenis meegemaakt.

  • Meer dan de helft van de bevolking maakte ooit een trauma mee en heel vaak meer dan één. Van deze groep krijgt lang niet iedereen PTSS. Slechts 8% van de mannen en 20% van de vrouwen krijgen PTSS.
  • Levensbedreigende situaties en seksueel misbruik geven de grootste kans op PTSS; ernstige ongelukken en natuurrampen de kleinste. Daar tussen in zit lichamelijk geweld of toeschouwer zijn van lichamelijk geweld. De helft van de slachtoffers van verkrachting ontwikkelt PTSS.
  • Bij de helft van de vrouwen is het trauma verkrachting of aanranding; bij mannen is dat geweld of toeschouwer zijn van geweld.
  • Hoe jonger iemand een trauma meemaakt, hoe groter de kans op PTSS.
  • Hoe meer trauma's iemand heeft meegemaakt in het verleden, hoe groter de kans op PTSS.
  • De kans wordt ook groter als iemand na het trauma, ook nog eens een stressvolle levensgebeurtenis meemaakt.
  • Flink meer risico op PTSS lopen mensen die direct emotioneel reageren op het trauma zelf, of reageren doordat als het ware delen van gedachten of gevoelens uit hun geheugen verdwijnen (het zogenoemde dissociëren).

 

Meemaken traumatisch gebeurtenis
De volgende mensen hebben meer kans een trauma op zich mee te maken. Dus los van het risico om daarna PTSS te krijgen.

  • Mannen
  • Jongeren
  • Mensen met een lage opleiding
  • Mensen die angstig en emotioneel in het leven staan
  • Extraverte mensen
  • Mensen met gedragsproblemen op jongere leeftijd
  • Mensen die al eerder psychische stoornissen hebben gehad

 

Diagnose

Meestal gaan mensen met hun (angst)klachten naar de huisarts. Die stelt vragen om te kijken naar oorzaken, hoeveel last iemand ervan heeft, of er geen lichamelijke ziektes zijn, en of iemand nog last heeft van andere psychische stoornissen. Mensen met een angststoornis hebben bijvoorbeeld ook vaak last van een depressie. Als iemand een depressie heeft, dan wordt de behandeling anders.

Om te kijken of iemand een angststoornis heeft, zijn kortere of langere vragenlijsten gemaakt. Sommige mensen vinden het makkelijker een lijst met vragen in te vullen dan erover te praten.

 

Adviezen voor cliënt

Mensen met een postraumatische stress-stoornis (PTSS) doen het op hun werk en op school stukken minder. Ze kunnen wantrouwig worden, of in een sociaal isolement raken.

  • Zorg dat u genoeg weet over PTSS. Zorg er ook voor dat mensen die voor u belangrijk zijn, genoeg weten over PTSS.
  • U moet weliswaar zelf uw PTSS aanpakken, maar vrienden, familie en hulpverleners kunnen u daar goed bij helpen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert lotgenotencontact.
  • Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen: Angst de baas en Geen paniek. Zoek in uw omgeving waar de cursus wordt gegeven. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting geeft diverse trainingen.
  • Neem de tijd om met uw behandelaar, familie en vrienden uit te zoeken hoe om te gaan met PTSS. Neem de tijd om uit te vinden of, en welk werk haalbaar is, bijvoorbeeld parttime of fulltime, betaald of vrijwillig. Neem niet te veel hooi op uw vork.
  • Zorg voor structuur in uw dagen. Soms geeft de behandeling die al, en anders kan dat door sport of (vrijwilligers)werk.
  • Veel mensen schrikken van iemand met psychische klachten en reageren afwijzend. Bepaal daarom zelf wat u wel en niet vertelt en aan wie. Vertel oppervlakkige kennissen een beperkte versie en reserveer het complete verhaal voor mensen die dichtbij staan.

 

Adviezen voor familie en betrokkenen

Leven met iemand met een angststoornis is voor familie en betrokkenen vaak een psychische belasting. Daar komen vaak nog praktische taken bij die worden overgenomen van de persoon met de angststoornis.

  • Zorg dat u genoeg weet over PTSS en de mogelijke gevolgen.
  • Vraag waar u iemand wel en niet bij kunt helpen. Soms moet u betrokken zijn, soms is het goed om juist afstand te nemen. Maak duidelijk waar uw grenzen liggen. Neem niet alles over.
  • Gebruik uw energie om actief aan de slag te gaan en te leren omgaan met de situatie. Bijvoorbeeld door samen met uw familielid een cursus over PTSS of angststoornissen in het algemeen te volgen. De Angst, Dwang en Fobie Stichting organiseert een speciale cursus voor familie en betrokkenen.
  • Doe uw eigen dingen, en doe die dingen die plezier en ontspanning geven. Dit voorkomt dat u zelf overbelast raakt.
  • Een huisgenoot met PTSS maakt dat sociale situaties uit de weg worden gegaan. Raak niet zelf in een sociaal isolement, maar zorg ervoor dat u bij enkele mensen in uw omgeving uw hart kunt luchten. Houd ook contact met mensen buiten het gezin.
  • Zoek mensen in vergelijkbare situaties, bijvoorbeeld via de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief.

 

Behandelaars moeten de partner en naaste familie betrekken bij de behandeling. Direct betrokkenen kunnen immers veel bijdragen aan een succesvolle behandeling, maar daarvoor is uitleg en begeleiding van de behandelaar nodig.
Het kan wel zijn dat uw familielid weigert dat u betrokken wordt bij de behandeling.

  • Vraag de behandelaar hoe u als familie het beste kunt omgaan met de stoornis van uw partner of familielid.
  • Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen voor familieleden. Vraag ernaar.

 

Het komt voor dat iemand geen hulp wil. Dat leidt voor familieleden tot dilemma's en lastige situaties. Informeer bij de Angst, Dwang en Fobie Stichting of stichting Labyrint/In Perspectief welke oplossingen er zijn of hoe u kunt omgaan met de situatie.

 

Meer informatie

 

Uitgebreidere informatie in de rubriek Informatie voor professionals; onder andere over:

  • Verloop van PTSS, en de zaken die het verloop beïnvloeden
  • Samengaan met andere psychische en lichamelijke stoornissen
  • Gevolgen van PTSS, maatschappelijk en voor de kwaliteit van leven
  • Literatuurverwijzingen (van met name wetenschappelijk onderzoek)

 

Elke behandelaar in de geestelijke gezondheidszorg moet werken volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. De Richtlijn is gemaakt voor professionals, evenals de samenvatting. Daarnaast is er een patiëntenversie gemaakt. Hierin is meer en uitgebreidere informatie te vinden over onder andere:

  • Verschillende angststoornissen
  • Behandelmogelijkheden
  • Samen met de behandelaar beslissen over behandeling
  • Psychologische behandeling en behandeling met medicijnen
  • Aanvullende behandeling: zelfhulp, alternatieve behandelingen en ondersteunende behandelingen
  • Omgaan met een angststoornis, voor cliënten en familie
  • Praktische informatie over adressen en wetgeving


terug naar de ziektebeelden