Divisie forensische psychiatrie
Introductie
De Divisie Forensische Psychiatrie (DFP) biedt behandeling aan mensen met een ernstige psychiatrische of psychische stoornis die in contact gekomen zijn met justitie (strafrechtelijke titel) of dreigen te komen.
In de forensische psychiatrie gaan behandeling en beveiligen samen. Dat betekent dat het behandelen van de psychiatrische of psychische stoornis én beveiliging leidend zijn.
De behandeling is gericht op het verminderen van de stoornis en verbeteren van het functioneren. De behandeling voor de cliënt vindt plaats volgens de “state of the art” van de forensische psychiatrie. Dat betekent dat gewerkt wordt met “evidence based” behandelingen volgens landelijke multidisciplinaire richtlijnen en volgens “good practice” methoden. GGZ NHN heeft op basis van de richtlijnen en “good practices” zorgprogramma’s ontwikkeld. Voor de DFP zijn een zorgprogramma risicomanagement en een zorgprogramma huiselijk geweld in ontwikkeling. Bij een klinische opname wordt vrijwel standaard een milieuonderzoek gedaan. Dat wil zeggen dat de achtergronden van de cliënt, de huisvesting en het sociale netwerk in kaart worden gebracht. De behandeling wordt uitgevoerd door een multidisciplinair samengesteld team.
Beveiliging is de zorg voor veiligheid. Veiligheid is een basisvoorwaarde voor behandeling van de psychiatrische of psychische stoornis. Veiligheid is ook een behandeldoel in de zin van vermindering van delictrecidive leidend tot een veiliger maatschappij. Delictpreventie en risicotaxatie zijn daarom standaardonderdelen van de behandeling.
De beveiligingsmaatregelen binnen de DFP zijn zowel gericht op de veiligheid van de cliënt als op die van de medecliënten, het personeel en de maatschappij. De mensen die behandeling krijgen binnen de DFP zijn niet acuut delictgevaarlijk. Het beveiligings- en bewakingsniveau is daar op afgestemd.
Doelgroep
De doelgroep waar de DFP behandeling aan biedt is de heterogene groep patiënten met een psychiatrische of psychische stoornis en een (dreigende) strafrechtelijke titel.
De klinieken
De klinieken hebben open en gesloten afdelingen. De cliënten worden doorgaans opgenomen op een gesloten afdeling en stromen door de open afdeling zodra hun situatie dat toelaat.
De behandeling in de gesloten afdeling is vooral gericht op diagnostiek, stabilisatie en crisisinterventies. Deze setting kent extra beveiliging. De benadering van de cliënt is individueel en sterk gestructureerd. Als een cliënt in een stabielere fase is en er meer zicht is op het delictrecidivegevaar, middels risicotaxaties, kunnen cliënten op geleide daarvan meer vrijheden krijgen, het vrijhedenfase plan treedt in werking en er wordt gewerkt aan een resocialisatieplan.
De behandeling in de open afdeling is vooral gericht op resocialisatie en rehabilitatie. Cliënten worden gestimuleerd om sociale verantwoordelijkheid te dragen en buiten de afdeling min of meer zelfstandig te functioneren. Toeleiding naar werk en wonen vindt over het algemeen plaats vanuit deze kliniek.
Polikliniek
Cliënten die behandeld worden op de polikliniek hebben niet de beveiliging en structuur van een kliniek nodig. Behandeling is gericht op verbetering van de psychiatrische stoornis en psychologische stoornis en een zodanige verbetering van het persoonlijk functioneren dat geen wetsovertredingen plaats vinden. Cliënten komen zelfstandig naar de polikliniek. Het kan hier ook gaan om een nazorgcontact na behandeling in de kliniek. Cliënten volgen individuele- en/of groepstherapie. Medicamenteuze behandeling kan, indien nodig, op de polikliniek worden geboden.
De beschermde woonvorm
Cliënten die in de forensische woonvormen verblijven worden begeleid door woonbegeleiders en casemanagers met forensische expertise. De cliënten hebben dagbesteding en/of werk. Het verblijf in de forensische woonvorm is tijdelijk. Cliënten stromen uiteindelijk uit naar een eigen woning of een woonvoorziening (begeleid wonen of beschermd wonen) in de reguliere ggz
Aanmelden
Polikliniek
Voor poliklinische behandeling kan verwezen worden door de reclassering, een behandelaar van een (o)ggz-instelling of de huisarts. Cliënten kunnen zich niet zelf aanmelden voor behandeling. Aanmeldingen zijn aan leeftijd gebonden. Voor de ambulante behandeling geldt de ondergrens van 18 jaar.
De verwijzers kunnen cliënten aanmelden voor de polikliniek en het ForFACT-team met dit aanmeldformulier.
Het aanmeldformulier kunt u, na printen en invullen, faxen naar 072 - 535 2436.
Als u het digitaal invult en daarna opslaat op de computer, kunt u deze opgeslagen en ingevulde versie per mail versturen naar forensischepolikliniek@ggz-nhn.nl.
De aanmeldcoördinator van de divisie zal uw aanmelding verwerken. Inhoudelijke vragen of vragen over de procedure kunt u aan de aanmeldcoördinator stellen op telefoonnummer 072 - 535 7220 (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag) Op basis van de ontvangen informatie wordt door de DFP een intakegesprek met de cliënt gepland.
In geval van afwijzing voor poliklinische behandeling wordt dit schriftelijk en/of telefonisch toegelicht met een eventueel advies voor verdere behandeling en verwijzing.
Kliniek
Aanmelden van cliënten voor klinische behandeling bij de DFP gebeurt via het NIFP of via een TBS-kliniek. Over een eventuele aanmelding via het NIFP kan contact worden opgenomen met:
Coördinator Indicatiestelling Forensische zorg van het Hofressort Amsterdam
p/a NIFP Amsterdam
Emmalaan 7
1075 AT Amsterdam
Telefoon: 020 673 94 94
Voor klinische behandeling is het NIFP verantwoordelijk voor de indicatie en plaatsing. In principe worden deze cliënten altijd opgenomen. Waar mogelijk wordt met de cliënt een opnamedatum (kliniek) of de datum van start van de behandeling (polikliniek) afgesproken. In geval van afwijzing voor poliklinische behandeling wordt dit schriftelijk en/of telefonisch toegelicht met een eventueel advies voor verdere behandeling en verwijzing.

